Wat speelt er bij de verbinding onderwijs-bedrijfsleven?

Wat is de motivatie, wat levert het op en wat is er nodig?

Nog meer dan vóór covid-19 ligt er niet alleen een kans maar ook een noodzaak om jongeren kansen te leren zien.

Met enkele weken een lesprogramma waarbij jongeren serieus genomen worden door volwassenen die benieuwd zijn hoe leerlingen en studenten denken bereik je meer dan dan je vooraf in kunt schatten. Niet in de laatste plaats voor die jongeren die niet alle steun van thuis krijgen. Dat kan in de vorm van het oplossen van casussen op elk niveau of het opzetten van leerlingbedrijfjes

Achterstanden in kennis kun je wegwerken maar voor de zoektocht naar “wie ben ik” en “wat kan ik” helpt een bijles of extra lestijd niet. Je moet zelf op avontuur om dat te ontdekken. Ontdekken door te doen.

Wat heeft dat met leren te maken?

De motivatie om iets te willen leren bereik je als iemand weet dat kennis nut heeft: dat het nodig is voor een eindproduct of dienst. Dat geldt niet alleen voor volwassenen maar juist ook bij jongeren.

Een manier om dat te bereiken is om een “echte” opdracht ( casus ) voor te leggen waarbij de opdrachtgever, de ondernemer, stichting of gemeente ook echt iets aan de uitkomst heeft. Dit is uiteraard niet nieuw maar gebeurt wel m.i. te weinig in het voortgezet en middelbaar onderwijs.

Als we het hebben over “talentontwikkeling” dan is er ruimte nodig voor jongeren om op expeditie te kunnen gaan en dit tijdens het proces te ontdekken. Die koppeling zou er ook voor theorie moeten bestaan waar mogelijk.

We hebben bijvoorbeeld in het onderwijs het doen van onderzoek gestimuleerd met onder andere de inzet van een profiel werkstuk. Dit is ook ingezet voor leerlingen die praktisch in zijn gesteld zoals havo en vmbo-tl leerlingen. Voor alle casussen die er zijn vanuit een onderneming of instelling is onderzoek nodig maar wordt het direct ook praktisch. Die kans om leerlingen te motiveren door niet alleen te laten onderzoeken maar ook praktisch bezig te laten zijn is een stimulans voor veel leerlingen. In elk geval zou elke leerling een keuze moeten kunnen maken het alleen theoretisch te doen of dit te combineren met een praktische component. Dan moet er wel een verbinding komen met een partner, opdrachtgever,  buiten de school.

Wat is nodig om te kunnen verbinden?

Als je onderwijs en bedrijfsleven wil verbinden is het wel van belang dat zowel docenten als ondernemers inzicht krijgen in elkaars manier van denken, werken en communiceren. Alleen dan kan er begrip en dus een samenwerking ontstaan. Door deze samenwerking ontdekken ondernemers dat het onderwijs niet voor niets trager is en waarom  je als jongere en als docent w.b.t. organisatorische zaken minder flexibel bent dan in het bedrijfsleven.. Leren docenten anders te denken, ondervinden zij de interesse voor onderwijs vanuit de omgeving en leren zij  effectiever te communiceren. Dit uit zich vooral in het maken en omzetten van afspraken i.v.m. veranderende lesroosters en de plaats waar de ontmoeting plaatsvindt. Ondernemers gaan uit van “afspraak is afspraak” en ondervinden dat dat voor docenten en leerlingen niet altijd mogelijk is.

Waarom draagt de uitvoering van een ondernemend project bij aan professionalisering van docenten?

Uitgangspunten:

In onderwijs hebben we het over het aanleren van 21e eeuwse vaardigheden en in het bedrijfsleven de “softskills”. Beiden bedoelen hetzelfde. Deze zijn in een snel veranderende wereld heel belangrijk gebleken voor toekomstige ondernemers en werknemers. Goed dat dat in onderwijs is doorgedrongen maar veel docenten weten niet HOE je die vaardigheden aan moet leren. Op het gebied van kennis opdoen en ermee echt gaan werken valt nog veel te leren in de onderwijspraktijk.

Voor de manier van lesgeven betekent het dat je als docent niet meer uit kunt gaan van theorie uitleggen, maken van opdrachten, nakijken en toetsen als basis. De docent zal het lesprogramma moeten ontwerpen zoals je dat met het opzetten van een bedrijf doet. Wat wil ik hen aanleren, wat wil ik doen, waarom, wat heb ik daar al voor, wat heb ik nog nodig, wat vraagt dat en wat levert het aan kennis en vaardigheden op. En wil ik dat toetsen en in welke vorm? Waarom zou ik dat toetsen? Waar kan ik als het slaagt dit nog meer inzetten of opschalen?

Als je daarvan uitgaat kun je een lesplanning maken en collega’s aangeven dat het “zin” heeft een ondernemende opdracht of project op te nemen in het curriculum.

Tijdens de lestijd en daarbuiten werken jongeren zelfstandig(er) aan opdrachten of een bedrijf maar zal de docent moeten begeleiden en dat is iets anders dan leiden en ook anders dan loslaten. Dat vereist inzicht in planningen, meedenken, brainstormen op kansen. Bijsturen maar niet afremmen. Gebruik kunnen maken van andere lesmaterialen dan je gewend bent. En ook in een andere volgorde: als de behoefte er is.

Welke kansen zijn extra ontstaan? Ik ben bijvoorbeeld heel benieuwd wie de opgedane ervaring de afgelopen tijd van online overleggen inzet in de lessen zodra het fysiek onderwijs weer van start gaat. Een expert over een onderwerp in een online meeting in de klas brengen bijvoorbeeld. Jongeren met experts zelfstandig in een online meeting samenbrengen om actuele kennis op te doen. Te sparren met een specialist.

Het belang van de communicatie met ondernemers is een leerpunt. Wat kun je vragen en hoe helder ben je in de boodschap en welk middel gebruik je? Wat docenten pas later leren is dat zij ventileren binnen en buiten de school wat zij doen. Trots op wat zij doen zijn ze wel maar dat delen met anderen zien zij niet als een kroon op het werk van de jongeren en van de school. Door de verbinding met externe partners ontdekken zij hoe belangrijk dit is. Dat het delen is en niet adverteren.

Wanneer leidt een project vanuit de verbinding toch niet tot professionalisering?

Projecten waarbij alles geregeld wordt en de manier van lesgeven niet bespreekt maar waar net als een lesmethode er van opdracht tot opdracht wordt gewerkt laat docenten achterover leunen. Dan is er een leuk project maar de manier van lesgeven en de mindset van docenten verandert niet of nauwelijks. Docenten worden geen eigenaar omdat zij het hebben gekozen gelijk een lesmethode.

Voorbeeld en bevindingen in de praktijk: onderwijs en ondernemers project Match2Work

Het project regelt ondernemers die een casus maken. Docenten leren hoe zij die aan jongeren voor kunnen leggen. Verschillende casussen binnen één lesgroep. Zij maken kennis op deze manier met docenten van andere scholen. Docenten kiezen voor hun leerlingen de casussen in gesprek met de bedrijven en alles eindigt in een eindevent waar gedeeld wordt wat er gedaan is met alle ondernemers, scholen, ouders.

Deelnemers aan het woord

Wat levert het ondernemers op? Waarom vinden zij deze verbinding met onderwijs interessant?

Een bedrijf dat al jaren meedoet: Vitasys

André Hundman is directeur-eigenaar Vitasys. Dat is een hard- en softwarebedrijf met 30 medewerkers voor de zakelijke en educatieve markt. “De verbinding tussen onderwijs en de onderneming is versterkt door mee te doen aan het project Match2Work. Naar aanleiding daarvan zijn er leerlingen als stagiair komen werken, hebben zij geholpen et de inrichting van medialabs of andere leeromgevingen. Door de contacten van het project is er een leerling aan het werk die handleidingen schrijft, heel anders naar apparatuur en toepassingen kijkt en de leerling vindt het fijn om alles te kunnen gebruiken in het bedrijf.

Door tijdens het project samen te hebben gewerkt met een docent is samen met een docent subsidie aangevraagd en zijn zij een app aan het ontwikkelen. Dit jaar is de app als casus ingediend om deze jongeren met autisme gaat helpen om te reizen. Leerlingen denken mee, maken een site hiervoor. Innovatie en mvo staan hoog in het vaandel van het bedrijf en jongeren begrijpen hun tools en  toepassing en kunnen deze gebruiksvriendelijker maken. Ook bedenken zij mogelijkheden van de innovaties voor andere branches dan onderwijs”.

Wat de verbinding van het bedrijf met scholen ook oplevert is dat zij de docenten direct kennis kunnen laten maken met de nieuwste ontwikkelingen en geven zij workshops. Patricia Groeneweg (Mollet), projectleider en een achtergrond in het onderwijs zegt hierover: ”het liefst geven wij een train de trainer zodat de docenten daarna de collega’s kunnen instrueren”. Dat geldt voor VR, augmented reality, hardware. Bij het project Match2Work bedenken jongeren de mogelijkheden van de innovaties. Vorig jaar heeft SG De Dijk met onze 360 graden camera’s een ruimte ingescand, gepresenteerd en wordt deze opnieuw ingericht. Door de contacten met scholen lopen wij ook mee en ijken per school wat er toegevoegd kan worden of wat verouderd is.  De training van bepaalde machines, zoals lassen, kan ook digitaal. Ook dat vloeit uit de verbinding voort door VR te gebruiken. We kunnen ook een hologram maken zodat de docent overal uitleg kan geven”. De verbinding ondernemers en onderwijs is volgens Andre voornamelijk het delen van kennis, innovaties, en het behouden van werknemers voor de regio en het bedenken van duurzame oplossingen samen. Wat er nog nodig is: misschien nog wel veel meer contactmomenten van bedrijven met scholen om innovaties in te gaan zetten. Patricia voegt hieraan toe: “docenten zouden er meer ruimte voor moeten krijgen Zij worden begrensd door leerprogramma’s, PTA’s etc. Vaak zijn er enkele docenten die de aanjagers zijn. Het zou fijn zijn als dat aantal gaat groeien dus als hele teams mee gaan doen met project Match2Work en dat docenten meer kunnen improviseren en op verkenning kunnen gaan naar mogelijkheden”

Nieuwe deelnemer bedrijven: BOL.com

Maartje Wammes en Melvin Kouijzer -logistiek Business analisten bezig met de nieuwe pakketfabriek Fulfillment Centre2 in Waalwijk (IT en Implementatie)

Waarom is het belangrijk dat het bedrijfsleven in verbinding staat met het onderwijs (jongeren)?

“Jeugd is de toekomst, hoe eerder we bij de doelgroep in beeld zijn hoe beter (duurzamer) voor de toekomst. Logistiek bij  bol.com is niet alleen maar de pakketbezorger die bij je aan de deur staat om je pakketje af te leveren. Het is veel complexer en interessanter dan dat! Er zijn verschillende complexe processen die hieraan voorafgaan en het draait veel om innoveren binnen zowel duurzaamheid, operatie en mechanisatie.  We zijn altijd bezig zijn met vernieuwingen Daarnaast kan het bedrijfsleven ook nog leren van het onderwijs, wellicht zijn er vernieuwende, out-of-the-box ideeën die van toegevoegde waarde zijn en is het belangrijk dat theorie en praktijk samen worden gebracht.”

Wat draagt het project Match2Work daaraan bij?

“Het project maakt een koppeling tussen theorie en praktijk. De jongeren leren hoe de theorie die ze leren toegepast kan worden in casussen bij bedrijven. Dat maakt het tastbaarder en laat ze zien wat er mogelijk is in het bedrijfsleven. Er wordt een brug geslagen tussen onderwijs en bedrijfsleven waartoe veel jongeren op de middelbare school normaal niet de kans krijgen. Dat helpt de jongeren in bedenken wat ze willen na de middelschare school, maar geeft ook inzicht voor de bedrijven in de toekomstige doelgroep die eraan komt.

Leerlingen enthousiast maken voor werk in de logistieke keten. Logistiek wordt niet als sexy gezien, maar door onderwijs kennis te laten maken met bijvoorbeeld bol.com logistiek kan dat interesse wekken bij jongeren voor (het werken in) deze sector”.

Daarnaast worden de jongeren gestimuleerd om creatief en innoverend na te denken wat weer een unieke input kan geven aan de bedrijven”

Samenvattend bedrijfsleven:

Motivatie: bedrijven laten hun sector zien en hopen zo jongeren te enthousiasmeren voor werk in de sector en de regio. Vaker wordt het gemis hiervan in de eigen genoten opleiding om je zo voor te kunnen bereiden op carrière- en studiekeuzes genoemd. Actuele kennis delen is een belangrijke factor net als voorbeeld de koppeling van theorie en praktijk. Bedrijven ervaren een verantwoordelijkheid op maatschappelijk vlak (MVO).

Winst: jongeren denken out of the box mee en hun inzichten zijn bruikbaar in verband met innovatie en duurzaamheid. Het aantrekkelijker maken voor werken in de sector

Wat beweegt docenten en leden van de schoolleiding?

Deelnemers van het project Match2Work over het belang en de opbrengst van de samenwerking van leerlingen, studenten en docenten met het bedrijfsleven in de vorm van een onderwijsprogramma.

 

Marlina Premselaar is werkzaam als docente Maatschappijleer bij RSG Enkhuizen en doet voor het eerst mee met de vmbo-tl klassen. Motivatie: “Wij willen op de RSG onze leerlingen meer aan het bedrijfsleven en/of ondernemers verbinden. Ik merkte op dat bepaalde competenties en vaardigheden op het gebied van LOB minder aanwezig zijn dan verwacht. Daarnaast willen we als school meer realistische opdrachten aanreiken die aansluiten bij bepaalde vakgebieden. Leerlingen uit de derde klas of hoger de kans bieden hun netwerk te vergroten.

Wat levert het op? Het project Match2Work draagt bij aan de groei van leerlingen en om zichzelf leren ontwikkelen, zodat zij zelfvertrouwen krijgen, zelfstandig worden en zichzelf leren kennen. Dat zij zich niet alleen de kennis en kunde van een beroep eigen maken, maar ook de juiste mentaliteit en houding ontwikkelen en begrijpen wat de samenleving van hen verwacht.

 

 

Sjaak Jongkind is docent en teamcoördinator van het vmbo van hetMartinus- college in Grootebroek

Motivatie: “Docenten moeten op de hoogte moeten blijven van wat er in het bedrijfsleven wordt gevraagd. Het bedrijfsleven kan door onder andere gastlessen, excursies, stages, en sponsoring, de scholen ondersteunen. Het project Match2Work is een perfecte manier om door middel van casussen leerlingen en ondernemers met elkaar te verbinden en elkaar uit te dagen tot een andere manier  van werken.

 

 

Nick Broerse, directielid van RSG Enkhuizen geeft aan dat vraag en aanbod bij elkaar moet komen. Waar is behoefte aan en kan het onderwijs hierop aansluiten?. Zijn advies aan teamleiders is: laat docenten experimenteren. Daar mag best iets niet goed lukken maar geef docenten de ruimte om dit te doen. Ventileer hun ervaringen binnen de school zodat andere docenten worden gestimuleerd

 

 

 

 

 

Jan Jacob Jaasma is directeur Vmbo van het Martinuscollege in Grootebroek. Hij geeft aan dat op school de theorie en in de praktijk in samenwerking met het bedrijfsleven geleerd wordt. Vaak maakt de school een opdracht en zit een bedrijf hier niet op te wachten. Als de vraag vanuit het bedrijf komt ontstaat er een gelijkwaardige basis voor samenwerking. Scholen en bedrijfsleven hebben echt iets aan elkaar.

 

Samenvattend docenten en schoolleiding:

Scholen willen graag aansluiten op de vraag vanuit de regio naar kennis en vaardigheden. Zij benadrukken het belang van de toepassing van kennis in de praktijk samen met de bedrijven ook om leerlingen en studenten de kans te geven de juiste keuzes te kunnen maken. Docenten zijn blij dat het netwerk aangeleverd wordt samen met ondersteunende lesstof. Schoolleiding geeft aan dat een ondernemende docent wel andere docenten zou moeten betrekken zodat zij niet de enigen blijven die samenwerken met bedrijven.

Wat geven leerlingen en studenten aan?

Jongeren vinden het een aanvulling omdat het geen bedachte opdrachten zijn en dat er echt iemand benieuwd is naar hun oplossingen, gedachten. Leren door doen leert hen algemene vaardigheden maar het gevoel dat zij serieus genomen worden overweegt. Het samenwerken is echt nodig om taken te verdelen en geen werkvorm. Zij zijn vaak verbaasd hoe goed de communicatie is met het bedrijf en zijn altijd benieuwd naar hun mening en evaluatie van de samenwerking. Omgekeerd kunnen zij heel teleurgesteld zijn als zij veel hebben gedaan en het bedrijf niet op het eindevent komt omdat zij zich samen met de opdrachtgever echt als een team zien.

Bevindingen als projectleider

Zowel bij het opzetten van bedrijfjes met jongeren als bij dit project waarbij jongeren op de stoel van bedrijven gaan zitten en meedenken, ontdek je dat het ondernemend denken van ondernemers en docenten verschilt. Ondernemers stimuleren het creatief denken meer dan de meeste docenten die vaak invullen dat de bedrijven iets “niet goed genoeg” zullen vinden. Dat ondernemende denken leren docenten te omarmen door het project uit te voeren.

Ook leren docenten dat bedrijven wel degelijk betrokken zijn en regelmatig op de hoogte gehouden willen worden van de vorderingen van het project. Bedrijven zijn vaak enthousiaster dan docenten denken. Daarom is communicatie, zowel de frequentie als de manier waarop, een leerproces.

Docenten merken tijdens zo’n traject dat de motivatie bij de meeste leerlingen versterkt wordt omdat het eigenlijk “hun ding” is samen met het bedrijf. Leerlingen gaan zelf nadenken over het werk in een branche of sector.

Wat mij altijd motiveert om zo’n project voort te zetten is dat jongeren, die niet in alle gevallen de ondersteuning van thuis krijgen, veel zelfverzekerder worden door de relatie met de ondernemer. Bovendien ondervinden ondernemers in de praktijk welke factoren meespelen in de dagelijkse praktijk van het onderwijs. Dat levert ook waardering voor het vak als docent op. Doordat er contact is worden vervolginitiatieven georganiseerd tussen de scholen en de bedrijven vaak in de vorm van gastlessen, bedrijfsbezoek, stages en deelname aan andere projecten.

De toegevoegde waarde is de professionalisering van docenten. Zij leren hoe zij een project kunnen ontwerpen en eigenaar kunnen zijn van de lesstof. Je merkt dat docenten die vaker meedoen meer durven meer differentiëren en meer coachend les gaan geven. Controle is er wel degelijk maar niet met elke stap die de leerlingen maken. Het initiatief nemen om achter die stappen te komen ligt bij de docent. Misschien is dat wel de grootste opbrengst: docenten die zelf ondernemender worden en met minder controlemomenten toch precies weten wat er gebeurt en nodig is. Daar profiteren leerlingen van.

Conclusie:

Opbrengsten. Het belang van praktische, betekenisvolle opdrachten en contacten met ondernemers wordt onderschreven. Niet alleen in het kader van het leerproces maar ook omdat jongeren zichzelf en de eigen talenten leren kennen. Daardoor heeft het ook componenten die voor het LOB (loopbaanoriëntatie-) programma interessant zijn.

Het blijkt eenvoudiger voor docenten om dit type initiatieven te implementeren in het curriculum in de “vrije ruimte” zoals het keuzedeel, mentoraat, uren talentontwikkeling of het Profielwerkstuk. Dit zijn de onderdelen waarbij docenten minder afhankelijk zijn van de vaststaande invulling in verband met examinering.

Draagvlak. Een ondernemende docent is vaak koploper en veroorzaakt verandering en heeft daarom de steun van de schoolleiding nodig. Dit is niet alleen belangrijk om draagvlak bij collega’s te creëren maar ook voor het regelen van praktische zaken.

Leerlingen vinden het een verrijking omdat zij met een betekenisvolle opdracht bezig zijn: het heeft nut wat zij doen voor meerdere mensen. Ook is het een andere manier van leren die bij veel leerlingen aansluit. Bij de evaluatie geven docenten aan dat zij het heel belangrijk vinden om te “oefenen” met ondernemend onderwijs. De aanlevering van contacten en lesmateriaal verlaagt de drempel om het ook te gaan doen. Te ontdekken welke vaardigheden zij zelf evenals de leerlingen ontwikkelen.

Vooral docenten geven aan dat de samenwerking gezocht moet worden binnen de eigen regio omdat dat bezoek aan school of bedrijf, communicatie en verdere initiatieven tot samenwerking mogelijk maakt. Ook na een project.

Er is duidelijk behoefte aan goedkeuring van het management, ouders, inspectie en overige overheidsinstanties om zich gesteund te voelen.

 

Sylvia Bakker-ProDiCo

 

 

 

Projectleider en initiator project Match2Work

 

 

 

 

Tags:

CONTACT

Als u wilt kunt u een email sturen, we nemen dan zo snel mogelijk contact met u op.

Sending

©2021 PRODICO Professionalisering door Didactiek en Coaching

Log in with your credentials

Forgot your details?